
Symbolen spelen in de meeste godsdiensten een belangrijke rol. Elke godsdienst kent zijn eigen symbolen.
Gebruik
Soms is het moeilijk een bepaalde boodschap over te brengen door woorden of gebaren. We gebruiken dan vaak een symbool. Symbolen verwijzen naar ‘iets dat niet direct uit te drukken is’. Het is een beeld of een anders soort teken. Een symbool kan één woord uitdrukken, maar ook iets dat niet in één boek te beschrijven is. Gebruikers van symbolen spreken met elkaar af wat het symbool betekent.
Religieuze symbolen
Symbolen spelen een belangrijke rol in godsdiensten omdat ze naar een ander niveau dan de werkelijkheid kunnen verwijzen. Ze beelden meer uit dan met woorden gezegd kan worden.
Er is sprake van een inhoudelijke overeenkomst tussen de vorm en de betekenis van een symbool. Bij het kruis (symbool van het Christendom) is dit duidelijk uit te leggen. Het horizontale staat voor de aarde en het verticale voor de hemel. Samen geven ze de verbinding van het aardse en het hemelse aan.
De religieuze symbolen
De symbolen van de vijf verschillende godsdiensten zijn:
Islam: Maansikkel + vijfpuntige ster
Christendom: Kruis
Boeddhisme: Dharma wiel
Hindoeïsme: Aum (om)
Jodendom: Zevenarmige kandelaar
Daarnaast zijn er symbolen die gebruikt worden om begrippen, gebruiken, onderdelen en handelingen uit te beelden die een rol spelen binnen de godsdiensten. De paaskaars staat in het Christendom bijvoorbeeld voor 'de opgestane Heer'. En twee vissen betekenen in het Boeddhisme 'geluk in een huwelijk'.