
Het begrip humanisme is pas in de negentiende eeuw ontstaan. Eerder waren er al wel mensen met humanistische opvattingen.
Het humanisme: geen godsdienst
Het humanisme is geen godsdienst, maar een levensbeschouwing. Het humanisme stelt namelijk de mens centraal (humanus betekent 'menselijk' in het Latijn). In godsdiensten staat God centraal. Het humanisme is geen vaststaande levensbeschouwing. Mensen kunnen er zelf invulling aan geven. De Griekse filosoof Socrates was de eerste met humanistische ideeën. Socrates leefde in de vijfde eeuw voor Christus. Pas in de negentiende eeuw is het humanisme ontstaan dat wij nu kennen.
Humanisten vinden het volgende belangrijk:
- een open houding: met anderen willen praten en ideeën uitwisselen
- vrijheid, redelijkheid, verantwoordelijkheid en gelijkwaardigheid
- zelf invulling kunnen geven aan het leven
- praten met anderen. Daardoor kunnen ervaringen en ideeën gedeeld en ontwikkeld worden .
Belangrijke waarden
- Vrijheid is één van de belangrijkste waarden binnen het humanisme. Er moet daarbij wél rekening gehouden worden met de vrijheid van anderen. De vrijheid van de één houdt dus op waar de vrijheid van een ander wordt bedreigd.
- Volgens het humanisme voelen mensen zich met elkaar verbonden. Mensen praten immers met elkaar en gaan met elkaar om (met andere woorden: ze gaan een dialoog met elkaar aan). Door zich te vergelijken met anderen kunnen mensen zich een duidelijker beeld vormen van de eigen ideeën. En van de manier waarop ze in het leven staan.
- Gelijk(waardig)heid is een andere belangrijke waarde binnen het humanisme. Mensen zijn immers allemaal mensen; ze kunnen alleen verschillen in sekse (man of vrouw), ras, leeftijd, cultuur en geloof. Humanisten vinden alle mensen even belangrijk. En ondanks deze verschillen willen humanisten met alle soorten mensen een dialoog aangaan.