
One hundred and eighty! Je hebt het de scheidsrechter vast wel eens horen roepen bij een dartwedstrijd op tv. Sinds onze eigen Raymond van Barneveld ("Barney")wereldkampioen darten werd, is deze sport heel populair in Nederland.
Het dartboard
Het dartbord zoals we dat nu kennen stamt uit het begin van de twintigste eeuw. De nummering 20-1-18-4-6-10-15 etc. wordt het London Dartbord of het Clock Bord genoemd. De buitenste smalle ring is de double ring. Gooi je je pijltje hierin, dan krijg je tweemaal het aantal punten. De smalle ring is de triple ring en levert drie maal het puntenaantal op. De zwart-witte vakken zijn éénmaal het aantal punten. In het midden heb je de single bull (25 punten) en de double bull of bull’s eye (= 50 punten). Een dart in de buitenste zwarte rand levert geen punten op.
De puntentelling
Bij de bekendste vorm van darten begint elke speler met 501 punten. Deze punten moet je wegspelen door om de beurt met drie pijltjes te gooien. Je moet precies op nul uitkomen. De laatste pijl moet altijd een double zijn. Dat is dus een dart in de buitenste ring of in de bull’s eye. De speler die als eerste op nul is wint de game of leg.
Een voorbeeld
Je moet goed kunnen rekenen om te weten hoe je je pijltjes moet gooien. Doe het maar eens: je begint met 501 punten en per beurt kan je maximaal 'one hundred and eighty' (=180 punten= 3 keer triple 20) halen. Twee keer 180 is 360, er blijven dus nog 141 punten over. Daar komt nog bij dat de laatste beurt altijd een double of bullseye moet zijn. Dat wordt dus optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen: hoofdrekenen dus!