
In heel veel voorwerpen zit metaal verwerkt, kijk maar om je heen. Sommige metalen, zoals ijzer en aluminium, worden in enorme hoeveelheden gebruikt. Van andere, zoals wolfram en palladium, zijn maar kleine hoeveelheden nodig.
Eigenschappen van metaal
Metaal is hard, sterk en glanzend en heeft een lange levensduur. Metalen kunnen in allerlei vormen gegoten of gebogen worden. Ook zijn metalen heel geschikt om elektriciteit en warmte te geleiden. Daarom is het binnenste van een elektrisch snoer van metaal (koper). En een koekenpan is van metaal omdat het eten warm moet worden. IJzer is een metaal, dat veel gebruikt wordt. Meestal wordt er geen zuiver ijzer gebruikt, omdat dit vrij zacht is. IJjzer wordt dan gemengd met andere metalen. Roestvrij staal is bijv. een mengsel van ijzer, chroom en koolstof.
Waar komt metaal vandaan?
Metalen worden uit de aarde gehaald in de vorm van erts, zoals ijzererts, of bauxiet (= aluminiumerts). Een erts is een ruwe steenklomp die een belangrijke stof bevat, zoals een metaal. Door verhitting wordt het metaal uit de steenklomp gesmolten. Dit is veel werk, en daarom is metaal geen goedkoop materiaal. Het is dan ook voordelig om metalen steeds opnieuw te gebruiken.
ToepassingenMetalen worden heel veel gebruikt: ze hebben vele toepassingen. Hieronder vind je slechts een aantal dingen terug waarvoor metalen gebruikt kunnen worden.
- constructies, machines en vervoermiddelen
- verpakkingsmateriaal zoals blik voor conserven, drank en verf
- elektrische verbindingen (koperdraad)
- projectielen en slagwapens
- geld en sieraden
- vergif (arsenicum)
- geneesmiddelen
- kunstvoorwerpen