Wat is licht
Licht is een vorm van energie. Hoe feller het licht, hoe meer energie: denk aan zonlicht of aan de hitte die een lamp afgeeft. Zwak licht geeft dus weinig warmte. Een lichtbundel bestaat uit straling, die rechtuit wil. Kijk maar naar een zaklamp: de lichtstraal gaat recht, zonder bochtjes. Maar als een lichtbundel van lucht het water in gaat, wordt de richting van het licht wel iets afgebogen. Pak eens een glas water met een rietje en kijk goed naar het rietje. Waar het rietje het water in gaat, zie je een knik. Deze eigenschap van licht wordt gebruikt bij brillen, microscopen, verrekijkers en eigenlijk alles waar een lens in zit.
Licht en donker
Je kunt iets alleen maar zien omdat er licht op valt. Als het 100% donker is, zie je niets. ’s Nachts is het buiten bijna nooit compleet donker en kun je nog wel iets zien. Voorwerpen weerkaatsen licht, en het weergekaatste licht komt in je ogen. Daar zitten lichtgevoelige deeltjes, die weer in verbinding staan met je hersenen. Doorzichtige en doorschijnende voorwerpen laten een groot deel van het licht doorgaan, en er wordt een klein deel teruggekaatst.
De snelheid van het licht
Licht kan zich zeer snel verplaatsen, zo’n 300 miljoen meter per seconde. Dat is een stuk sneller dan geluid. Daarom zie je bij onweer ook altijd eerst een bliksemflits, en je hoort daarna pas de donderslag. Het licht van de zon moet 150 miljoen km reizen voor het op onze aarde is, en dat gebeurt in 8 minuten. Dus stel dat de zon ontploft en dooft: dan zouden we 8 minuten later in het donker zitten.
Laserlicht en gewoon licht
Gewoon lamplicht straalt alle kanten uit. Laserlicht schijnt heel fel in één richting in een hele dunne felle lichtbundel. Laserlicht wordt gebruikt in de industrie voor het lassen van zeer kleine onderdelen. Maar ook in de gezondheidszorg wordt laserlicht gebruikt, bijv. om een kankergezwel weg te halen, of een tatoeage, of bij oogcorrecties.
Animatie
Deze animatie kan zowel in nachtsituatie als overdag worden bekeken!
In deze animatie kunnen verschillende lichtbronnen worden in- en uitgeschakeld. We onderscheiden hierin primaire lichtbronnen (zon, sterren, lampen) en secundaire lichtbronnen (maan, objecten).
Geïllustreerd wordt dat schaduw alleen door contrast van een van de lichtbronnen wordt veroorzaakt.
Doelen
Verschillende lichtbronnen en hun effect illustreren.
Uitleggen hoe schaduw werkt: lichtbundel, projectie, object en contrast.
Bediening
Klik op een straatlantaarn om hem aan of uit te schakelen.
Klik op dezelfde manier op de maan.