
Bij alles wat je doet, heb je energie nodig. Rennen, fietsen, nadenken, slapen: het kost allemaal energie. Machines en apparaten gebruiken ook energie. Wat is energie eigenlijk?
Wat is energie
Energie is werkkracht, je hebt het nodig om iets te doen. Daarom hebben mensen (en dieren) eten nodig. Als je geen energie meer hebt, dan krijg je honger. Ook alle apparaten, machines en motoren gebruiken energie. Een auto haalt zijn energie uit brandstof, zoals benzine. Energie kun je ook bewaren om later te gebruiken, bijvoorbeeld in een batterij of in een reep chocola.
Hoe meet je energie?
Een afstand meet je in meters en kilometers. Een gewicht meet je in grammen en kilogrammen. Bij energie meten we in joule (je zegt: zjoel) en kilojoule.1 kJ (kilojoule) = 1000 J. Voedsel wordt vaak ook gemeten in een wat oudere maat: calorieën en kilocalorieën. Kijk maar eens op de verpakking uit de supermarkt, daar staat vaak de energiewaarde in kJ en in kCal. Om je een idee te geven:
- 1 gram suiker bevat 4 kCal = 17 kJ
- een patatje met mayo bevat 570 kCal = bijna 2400 kJ
- een mens heeft per dag ongeveer 2500 kCal nodig = ruim 10.000 kJ.
Soorten energie
Energie kun je niet vastpakken, maar je kunt het wel zien en voelen. Licht, warmte, elektriciteit en beweging zijn vormen van energie. Energie kan van de ene vorm overgaan in de andere vorm. Als je het licht aandoet, gaat er elektrische energie uit het stopcontact naar de lamp. In de lamp wordt de elektriciteit omgezet in licht en warmte (een lamp geeft ook warmte af). Als je fietst, gaat de energie uit jouw spieren via de trappers en de ketting naar de wielen.