
Aruba en de Nederlandse Antillen horen bij het ‘Koninkrijk der Nederlanden’. Suriname is sinds 1975 onafhankelijk.
Vroeger koloniën
De eilanden Curaçao, Bonaire, Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius heten samen de Nederlandse Antillen. Met Suriname en Aruba waren het vroeger koloniën van Nederland. Dat wil zeggen dat de Nederlanders daar vroeger de baas waren.
Eigen regering
In 1954 kregen Suriname en de Nederlandse Antillen voor het eerst eigen regeringen. De bevolking kreeg ook kiesrecht. De gebieden bleven wel bij Nederland horen.
Suriname
Koloniën van andere landen werden zelfstandig. Suriname wilde dat ook. Nederland stemde daarin toe. Op 25 november 1975 werd de onafhankelijkheid feestelijk gevierd. Duizenden Surinamers waren daar niet blij mee. Zij waren bang dat de economie zou instorten en kwamen naar Nederland.
Staatsgreep
De eerste jaren waren moeilijk in Suriname. In 1982 pleegde legerleider Desi Bouterse een staatsgreep. Tegenstanders werden vermoord. Daarna ontstond er een binnenlandse oorlog. Na 1995 waren de grootste moeilijkheden voorbij.
Aruba
Aruba hoorde tot 1986 bij de Nederlandse Antillen. Daarna werd het een zelfstandig land. Aruba hoort nog wel bij het koninkrijk. Nederland regelt de verdediging en de buitenlandse politiek. Waarschijnlijk worden Curaçao en Sint Maarten ook zelfstandig net als Aruba. De andere eilanden worden dan gemeentes van Nederland.
Sterke banden
Veel mensen in Suriname en de Antillen spreken Nederlands. En velen hebben familie in Nederland wonen. Daardoor zijn de banden met ons land nog altijd sterk.