
Soms gaan Nederlandse soldaten naar oorlogslanden. Niet om mee te vechten. Ze proberen burgers te beschermen. Of de vijanden uit elkaar te houden. Zoiets heet een vredesmissie.
Bosnië-Herzegovina
In 1995 was het oorlog in Bosnië-Herzegovina. Dat is een land in het zuidoosten van Europa. Er vochten Serviërs, Kroaten en moslims tegen elkaar. Het Nederlandse leger was er ook. Dat had de Verenigde Naties (VN) gevraagd. De VN is een organisatie waarvan bijna alle landen in de wereld lid zijn. De VN helpt als er ergens problemen zijn.
Moslims
Srebrenica ligt in Bosnië-Herzegovina. In dat gebied was iedereen moslim. Duizenden andere moslims vluchtten erheen tijdens die oorlog. Ze waren bang voor de Serviërs. De moslims dachten dat ze daar veilig waren. Want daar waren Nederlandse soldaten. Maar de Servische militairen kwamen toch. Ze hebben toen 7000 mannen doodgeschoten.
Vreselijk
Dat was een vreselijke gebeurtenis. Nederland doet al sinds 1948 mee aan vredesmissies. De regering bepaalt wat het leger wel en niet mag. Dat heet een geweldsinstructie. Ze vraagt advies bij de VN. En aan Nederlandse generaals. Daarna krijgt het leger een opdracht. Srebrenica mochten ze alleen beschermen. Ze mochten er niet vechten. Dat was een verkeerde opdracht, vinden veel mensen nu.
Afghanistan
Het Nederlandse leger heeft nu een vredesmissie in Afghanistan. De opdracht is duidelijk. Ze moeten de bevolking helpen het land op te bouwen. Maar als ze aangevallen worden, mogen ze terugschieten.