
Van 1914 tot 1918 werd Europa verscheurd door de Eerste Wereldoorlog. Bijna alle Europese landen deden mee. Maar Nederland niet, ons land bleef neutraal.
Oostenrijkse kroonprins vermoord
In 1914 stonden twee groepen landen tegenover elkaar. De centralen: Duitsland, Oostenrijk-Hongarije en Turkije. En de geallieerden: Engeland, Frankrijk en Rusland. Op 28 juni 1914 werd de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand vermoord. Dat was de druppel die de emmer deed overlopen. De Eerste Wereldoorlog brak uit.
Loopgravenoorlog
Soldaten van beide partijen maakten loopgraven. Van daaruit beschoten ze elkaar. Dat kon wel maanden duren. Gifgas was een nieuw wapen. Het zorgde voor veel slachtoffers. Ook tanks werden voor het eerst gebruikt. Deze oorlog duurde vier jaar. Er zijn miljoenen soldaten omgekomen. Vanaf 1917 vochten de Verenigde Staten mee met de geallieerden. Een jaar later was de oorlog voorbij. De centralen hadden verloren.
Neutraliteit
De Nederlandse regering stelde zich neutraal op. Dit betekende dat Nederland geen partij koos. En dus niet meedeed aan de oorlog. Maar het was toch een angstige situatie. Daarom stond het Nederlandse leger klaar om ons land te verdedigen.
Economie
De economie had zwaar te lijden onder de oorlog. Nederlandse schepen werden ook met raketten bestookt. De handel over zee kwam daardoor stil te liggen. Hierdoor raakten veel mensen hun werk kwijt. Er werd ook veel minder voedsel aangevoerd. Dat werd een probleem toen er tienduizenden vluchtelingen uit België kwamen. Dit land was wel bij de oorlog betrokken. Iedereen kreeg toen afgepast eten uitgereikt van de regering.
Twee wetten
Door de oorlog vergaten mensen in Nederland hun strijdpunten. Het was voor de regering daardoor makkelijker om besluiten te nemen. Er kwam in 1917 een nieuwe schoolwet. Christelijke scholen kregen voortaan ook geld van de regering. Daarnaast werd er kiesrecht ingevoerd voor alle mannen. In 1919 kwam dat er ook voor vrouwen.