
Je hebt een onderwerp gekozen voor je werkstuk. Maar hoe begin je nu? Hoe bouw je je werkstuk op? Hier vind je tips.
Hoofdvraag
Bedenk eerst een hoofdvraag bij jouw onderwerp: wat is het belangrijkste onderdeel van jouw onderwerp? Maak hiervan een vraag, dit wordt je hoofdvraag. Als je bijvoorbeeld een werkstuk wilt maken over mobiele telefoons, dan kan je hoofdvraag zijn: hoe is de stap van vaste telefonie naar mobiele telefonie gegaan?
Deelvragen
Daarnaast bedenk je een aantal deelvragen. Stel wie - wat - hoe - waarom - vragen. Deze vragen ga je beantwoorden in je werkstuk. Van elke deelvraag kun je een hoofdstuk maken. Voor het werkstuk over mobiele telefoons kan je dan bijvoorbeeld kiezen voor:
- Wie waren de uitvinders van de vaste telefoon en de mobiele telefoon?
- Hoe werkt de vaste telefoon en hoe een mobieltje?
- Waarom kiezen de meeste mensen tegenwoordig voor een mobiele telefoon?
Woordweb
Je kunt de deelvragen ook bedenken door een woordweb te maken. Dat doe je zó:
- Schrijf de naam van je onderwerp (bijvoorbeeld "vaste en mobiele telefonie") midden op een vel papier
- Schrijf eromheen alles wat met je onderwerp te maken heeft
(bijvoorbeeld "uitvinders, functie, gebruikers, werking, etc")
Je kunt op die manier heel snel zien welke deelvragen je bij jouw onderwerp kunt uitwerken.