
Misschien heb je de term web 2.0 wel eens voorbij horen komen. Maar wat is het eigenlijk? En is er dan ook een web 1.0?
Oud en nieuw
Het internet bestaat nog niet zo lang, het kwam pas op in de jaren
negentig van de vorige eeuw. In het begin bestond het voornamelijk uit
een verzameling websites. Je kon wel veel informatie vinden, maar zelf
iets toevoegen was lastig. De term web 1.0 verwijst naar dit oude
internet. Web 2.0 is de nieuwe manier om internet te gebruiken. Het gaat erom wat jijzelf en anderen kunnen doen op het internet. Bijvoorbeeld een weblog bijhouden, actief zijn op hyves of een filmpje op youtube zetten. Er worden gratis toepassingen aangeboden, zoals de mogelijkheid om een
eigen profielpagina aan te maken. Deze pagina kun je dan ook nog naar
eigen smaak inrichten, met bijvoorbeeld een leuke achtergrond. Dit kon
niet met het oude internet.
Kenmerken en voorbeelden
Bij web 2.0 gaat het om samenwerking tussen gebruikers en het delen van informatie. Een paar voorbeelden zijn
- Sociale netwerken zoals Hyves. Op profielpagina's vertellen mensen wie ze zijn. Je kunt er bekenden tegen komen en nieuwe vriendschappen sluiten, bijvoorbeeld met mensen die dezelfde interesses hebben als jij.
- Weblogs: Dit is een mogelijkheid om over je eigen ideeën en belevenissen te vertellen. Iedereen kan lezen wat je hebt geschreven en hierop reageren.
- Fotosites: Op sites als Flickr kun je zelf foto’s plaatsen en die van anderen bekijken. Je kunt ook weer reageren op foto’s van elkaar.
- Videosites: Youtube is de bekendste site waarop je filmpjes kunt bekijken en plaatsen.
- Sharing: Dit is het delen van informatie met anderen. Internetters met dezelfde interesses kunnen zo samenwerken. Op delicious kun je jouw favoriete websites delen. Via last.fm kun je laten horen wat je favoriete muziek is. Zo deel je deze informatie met anderen en breng je hen misschien op ideeën. Ook de online encyclopedie Wikipedia is een voorbeeld van sharing.
- Tagging: Tagging is het geven van trefwoorden aan bepaalde informatie. Bijvoorbeeld het onderwerp van een website op Delicious of een foto op Flickr. Door de trefwoorden kunnen jijzelf en anderen de websites of foto’s makkelijk terug vinden.
- Er zijn toepassingen op het internet die je kunt gebruiken in plaats van de software op je eigen computer. Bijvoorbeeld tekstverwerkingsprogramma’s zoals Google Docs, waarmee je samen aan een document kunt werken.