
Terwijl jij op Schoolbieb.nl aan het surfen bent, is jouw computer hard aan het rekenen. Want een computer is eigenlijk niets anders dan heel snelle, ingewikkelde rekenmachine.
De geschiedenis van de computer
De allereerste
"computer" werd in 1643 bedacht door de Fransman Blaise Pascal. Het was
een soort rekenmachine waarmee je alleen kon optellen en aftrekken. De
allereerste échte computer werd in 1939 gebouwd door John Atanasoff en
zijn assistent Clifford Berry. Zij noemden het apparaat
ABC
(van Atanasoff-Berry Computer). De uitvinding van de transistor (in
1948) en van de micro-chip waren heel belangrijk. Hiermee werd de
computer steeds kleiner, sneller en goedkoper. In 1981 verkocht de
firma IBM de eerste IBM
personal computers (pc’s, oftewel: computer voor thuisgebruik). Sindsdien zijn computers niet meer weg te denken uit onze wereld.
Bits en bytes Computertaal
zit vol enen en nullen. Met 1-0-codes kan hij alles onthouden: letters,
getallen, kleuren, vormen, noem maar op. De letter A heeft bijvoorbeeld
de code 0-1-0-0-0-0-0-1. Elk nulletje of eentje heet
bit. De computer gebruikt heel veel codes van acht bits. Voor die codes van acht bits hebben ze een apart woord bedacht: een
byte.
Maar een byte is eigenlijk maar heel weinig. Daarom is het ook niet
handig om met bytes te rekenen. Dat rekenen gaat beter met
kilobytes (kb). Eén kilobyte is 1024 bytes. Naast kilobytes zijn er nog:
- Megabyte (MB): 1024 kilobytes
- Gigabyte (GB): 1024 megabytes
- Terabyte (TB): 1024 gigabytes