
Voordat je een applicatie kunt maken, moet je weten welke gegevens erin moeten komen en hoe ze worden aangeleverd. Dan bepaal je hoe de gegevens gebruikt gaan worden. Zo kom je tot de structuur en specificaties van de applicatie. Je hebt verstand van programmeertalen, software en interfaces. Na het testen van de applicatie, breng je verbeteringen aan. Alle stappen die je zet, moeten duidelijk beschreven worden.