
Aanvankelijk konden alleen geestelijken lezen en schrijven. Van ieder boek bestonden maar enkele handgeschreven exemplaren. Monniken schreven soms jaren om één boek af te krijgen. Omstreeks het jaar 1100 schreef een Vlaamse monnik die in een Engels klooster verbleef de volgende zin als pennenproef: Hebban olla vogala nestas hagunnan hinase hic anda thu, wat unbidan we nu? Dit is één van de oudste geschreven zinnen in de Nederlandse taal.
Door de uitvinding van de boekdrukkunst in 1450 werd het gemakkelijker om boeken te vermeerderen. Het boekenbestand en het lezerspubliek groeiden. Eén van de eerst gedrukte boeken, de bijbel, werd nu ook door de gelovigen zelf gelezen. Ineens wist de kerk niet alles meer: een opmaat naar Reformatie en Verlichting.
Klik hier voor het Schoolbieb dossier voor uw leerlingen.