
Door deelname aan bewegingsactiviteiten verwerven leerlingen een uitgangspositie om deel te nemen aan bewegingsactieve vrijetijdsbesteding, nu en later. Zij ontwikkelen daarmee hun eigen motorisch kunnen, hun mogelijkheden en beperkingen, maar ook om plezier te ontlenen aan samen bewegen.
De kerndoelen bepalen dat de leerlingen op verantwoorde wijze deelnemen aan de omringende bewegingscultuur, en de hoofdbeginselen van de belangrijkste bewegings- en spelvormen leren, ervaren en uitvoeren.
Verder leren de kinderen samen met anderen op een respectvolle manier deel te nemen aan bewegingsactiviteiten, afspraken te maken over het reguleren daarvan, de eigen bewegingsmogelijkheden in te schatten en daarmee rekening te houden bij hun activiteiten.