
De eilanden Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Maarten en Sint Eustatius heten samen de Nederlandse Antillen. Met Suriname en Aruba waren het vroeger koloniën van Nederland. Dat betekende dat Nederland daar de baas was.
Koloniën in de West
De band tussen Nederland en haar koloniën in de West veranderde na 1950. Nederland bleef wel de baas, maar de bewoners mochten vanaf toen zelf over hun land regeren. De mensen kregen ook kiesrecht. In een soort grondwet, ‘het statuut voor het Koninkrijk der Nederland’, werden alle afspraken in 1954 opgeschreven. In de jaren 70 werden steeds meer buitenlandse koloniën zelfstandig. Dat wilde Suriname ook. Op 25 november 1975 was het zover. Suriname werd onafhankelijk.
Aruba
Aruba hoorde tot 1986 bij de Nederlandse Antillen. Daarna werd het een zelfstandig land. Aruba kreeg een andere regeling dan Suriname. Ze kregen in 1986 de zogenaamde Status Aparte. Het is vanaf 1996 een zelfstandig land binnen het Koninkrijk. Dat betekent dat Aruba nog wel bij het Koninkrijk hoort. Nederland regelt de buitenlandse politiek en de verdediging. Sinds 2005 wordt ook met de andere eilanden Curaçao en Sint Maarten gepraat. Dan worden ze net als Aruba zelfstandig. De andere eilanden worden dan gemeentes van Nederland.
Sterke band
Niet iedereen in Suriname was blij met de onafhankelijkheid. Men was bang dat het dan slecht zou gaan met de economie. En Surinaamse mensen moesten kiezen of ze Surinamer of Nederlander wilde zijn. Dat alles zorgde ervoor dat er in 1975 heel veel mensen naar Nederland vertrokken. Toch heeft Nederland nog steeds eens sterke band met Suriname. In dit land wonen veel verschillende volkeren. Hoe verschillend men ook is, er is altijd nog veel wat hen bindt met Nederland. Denk maar aan alle familieleden die in Nederland wonen en ondanks alle talen blijft het Nederlands de gezamenlijke taal.
Een filmpje van Schooltv met een korte introductie van Suriname.