
De kerk was in de Middeleeuwen erg belangrijk. Er werden veel indrukwekkende kathedralen gebouwd. Mensen die hun hele leven aan God wilden wijden, gingen in een klooster wonen.
De kerk
In de Middeleeuwen kreeg de kerk heel veel macht. De kerk zei hoe het land geregeerd moest worden. Bijna iedereen was christen. De kerk bepaalde hoe de mensen moesten leven. In de dertiende eeuw werd de inquisitie ingesteld. Dat was een soort rechtbank. Iedereen die het niet eens was met de kerk werd weggestuurd en zou in de hel terecht komen. Rijke mensen gaven vaak een groot deel van hun bezittingen aan de kerk. Zo zorgden ze er voor dat ze een plaatsje kregen in de hemel.
Kloosters
Mensen die in hun leven niets anders wilden doen dan God dienen, gingen wonen in een klooster. De mannen werden monnik en de vrouwen non. Sommige mensen, vooral vrouwen, gingen ook om andere redenen het klooster in. Bijvoorbeeld omdat ze geen onderdak hadden of omdat ze hun man of hun vader niet wilden gehoorzamen. Monniken en nonnen besteedden veel tijd aan bidden. Ook schreven ze veel religieuze teksten over om ze te vermenigvuldigen (monnikenwerk). De drukpers bestond nog niet, alle boeken werden met de hand overgeschreven. Verder zorgden de kloosterbewoners voor de armen en de zieken.
Kathedralen
Tussen de elfde en de veertiende eeuw werden er heel veel kathedralen gebouwd. Iedere stad wilde de grootste en mooiste kerk. Soms duurde het wel meer dan honderd jaar voor een kathedraal klaar was. De kerken hadden prachtig beschilderde ramen, die verhalen uit de bijbel uitbeeldden. Mensen die niet konden lezen konden de verhalen zo toch leren kennen. Eerst waren de kathedralen nog niet zo weelderig. Dit is de romaanse bouwstijl. De iets latere kathedralen zijn gotisch. Ze zijn te herkennen aan de grote hoeveelheid versieringen, zoals waterspuwers.