
Dit is Kampen. Het was vroeger een rijke handelsstad die aangesloten was bij de Hanzesteden. Misschien kun je je voorstellen hoe de haven van Kampen er vroeger uitzag …
KoopliedenDe eerste kooplieden waren
marskramers. Ze trokken met hun koopwaar van stad tot stad. Halverwege de Middeleeuwen werd de handel steeds belangrijker. In Nederland, Duitsland en Italië ontstonden belangrijke handelssteden langs de kust en langs rivieren. Kooplieden werden steeds machtiger en rijker. Ze waren ondernemers met personeel en verschillende schepen. Nederlandse kooplieden verkochten meestal lood en ijzer aan landen rond de Middellandse Zee. Daar vandaan namen ze zout, olie en wijn mee terug. Kooplieden hadden vaak veel te vertellen in het stadsbestuur.
Hanze Steden rond de Noordzee en de Oostzee gingen samenwerken. Ze deden dit om sterker te staan tegenover andere handelssteden en tegen zeerovers. Dit verbond was de
Hanze. In de veertiende eeuw waren ongeveer honderd steden bij deze stedenbond aangesloten. Enkele Nederlandse Hanzesteden waren Kampen, Zutphen, Zwolle en Deventer. Een belangrijke Hanzestad in Duitsland was Lübeck. Hier kwamen vertegenwoordigers van de Hanzesteden iedere drie jaar bij elkaar om te vergaderen. De Hanzesteden gebruikten allemaal dezelfde maten en gewichten. Ze maakten ook afspraken over geld.
HandelsschepenIn de Middeleeuwen waren er bijna geen begaanbare wegen. De makkelijkste route om handel te drijven was over zee. De Vikingen waren de eerste die grote stevige schepen maakten. In de Middeleeuwen bouwde men ronde, zware schepen om op de Oostzee te varen. Ze waren niet erg snel, maar ze konden tegen een flinke storm. Ook kon er veel handelswaar in meegenomen worden. Deze schepen noemen we
koggeschepen. Door de bouw van betere schepen nam de handel flink toe. Ook rond de Middellandse Zee bouwde men steeds betere schepen. De Italianen moesten er helemaal mee naar Azië om luxe stoffen te kopen.
Filmpje van Schooltv over het ontstaan van steden.