
In het oude Griekenland was godsdienst erg belangrijk. De tempels die de Grieken voor al hun goden bouwden waren dan ook fraaie en grote gebouwen.
Boeren
De eerste Grieken leefden tweeduizend jaar voor Christus. De meesten van hun leefden op het platteland en waren boer. Ze verbouwden o.a. tarwe en peulvruchten. Daarnaast hielden ze schapen, geiten en kippen. Druiven en olijven waren ook erg belangrijk. Van druiven wordt wijn gemaakt. Dit is in Griekenland de meest gebruikte drank. Olijven werden gegeten of uitgeperst voor olie. De boeren maakten dankbaar gebruik van de Middellandse Zee. Hieruit vingen ze inktvis, tonijn en makreel.
Onderwijs
In de Griekse steden gingen jongens vanaf hun zevende jaar naar school. De meisjes bleven thuis. Deze kregen les van hun moeder in weven en spinnen. Alleen families die het konden betalen stuurden hun kinderen naar school. Arme kinderen bleven thuis en leerden een vak van hun vader. Schoolklassen bestonden uit acht of negen leerlingen. De jongens leerden rekenen, schrijven en lezen. Ook werd er veel tijd besteed aan hardlopen, boksen en worstelen. Dit was ter voorbereiding op het leger.
Bouwkunst
De Grieken waren fantastische bouwers. Vooral hun tempels zijn prachtig om te zien. Hier woonden hun goden en deze verdienden de beste woningen. Ze kenden drie soorten bouwkunst: Dorisch, Ionisch en Korintisch. Elk had een eigen stijl zuil (pilaar). Deze steunden de bovenste delen van de tempels. Dorische zuilen zijn zwaar en simpel. Ionische zuilen zijn slank en gekruld van boven. Korintische zuilen zijn boven versierd in de vorm van acanthusbladeren. De beroemdste tempel in Griekenland is het Parthenon. Deze kun je bewonderen in de Griekse hoofdstad Athene.