
De moderne mens en zijn voorouders worden Hominiden genoemd. De eerste mensen verschenen in Afrika. Van daaruit kwamen er mensen over de hele wereld.
Afrika
Vier miljoen jaar geleden verschenen in Afrika de eerste mensachtigen. Deze worden australopithecines genoemd. Dit betekent zuidelijke apen. Zij liepen en stonden rechtop en klommen bij gevaar in de bomen. Dit gedrag zie je ook bij apen. Met hun 1 meter tot 1,50 meter waren ze veel kleiner dan de mens. Verder leek hun lichaam veel op dat van de mens. Alleen hun gezicht leek door de platte neus veel op dat van een aap. Deze mensachtigen aten vooral planten en maakten eenvoudige stenen werktuigen.
Neanderthalers
De Neanderthaler (genoemd naar het Neanderthal, een gebied in Duitsland) is onze naaste familie. Hij leek erg veel op de moderne mens. Deze holbewoner had een kort gedrongen figuur. De Neanderthaler leefde 70.000 tot 35.000 jaar geleden in Europa en het Midden-Oosten. Hij was intelligent en bezat bijna even grote hersenen als de moderne mens. De Neanderthalers maakten nieuwe gereedschappen van steen, zoals speciale beitels en boren.
Landbouwers
De eerste mensen kwamen aan hun voedsel door te jagen op allerlei dieren. Ook aten ze verschillende planten. Als ze geen voedsel konden vinden moesten ze wel verhuizen naar een andere plek. 11.000 jaar geleden werd er door mensen uit het Midden-Oosten een erg belangrijke ontdekking gedaan. Zij gingen hun eigen voedsel verbouwen. Denk hierbij aan mais, rijst en tarwe. Door deze landbouw hadden de mensen zeker voedsel. Ze hoefden daarom niet steeds meer te verhuizen. Na het Midden-Oosten kwam de landbouw ook snel in andere landen.