
De eerste trein in Nederland reed in 1839 tussen Amsterdam in Haarlem. Je kon je ineens veel sneller verplaatsen!
Uitvindingen
In de negentiende eeuw werden er veel belangrijke uitvindingen gedaan. Eén ervan was de stoomtrein. Goederen en mensen konden sneller en goedkoper vervoerd worden. De wetenschap ging snel vooruit. Er werden allerlei natuurkundige en scheikundige ontdekkingen gedaan. Ook werden er nieuwe apparaten uitgevonden zoals de telefoon en de gloeilamp. Elektriciteit werd steeds vaker gebruikt. De gezondheidszorg werd beter. Louis Pasteur ontdekte dat je mensen tegen ziektes kan inenten. Er kwamen middelen om mensen te verdoven tijdens een operatie. En de ziekenhuizen werden veel schoner.
Rechten voor vrouwen
Arme vrouwen moesten hard werken in de fabriek om hun gezin te onderhouden. Rijke vrouwen mochten niets. Zij hoorden voor hun gezin te zorgen. Ze mochten niet stemmen en niet studeren. Aletta Jacobs streed voor meer rechten voor vrouwen. Zij was de eerste vrouw die mocht gaan studeren. Sinds die tijd gingen er steeds meer meisjes naar de middelbare school en zelfs naar de universiteit. Vanaf 1919 mochten vrouwen ook stemmen. Het leven van vrouwen werd ook gemakkelijker door de uitvinding van huishoudelijke apparaten. En doordat ze minder kinderen kregen. Er bleef tijd over om buitenshuis te gaan werken.
Vooruitgang voor arbeiders
Aan het eind van de negentiende eeuw werd het leven van de arbeiders langzaam beter. Belangrijke mensen zagen in dat de arbeiders uitgebuit werden en kwamen hier tegen in opstand. Er kwamen wetten waarin stond dat arbeiders niet te lang mochten werken. Eigenaren van grote fabrieken lieten speciaal voor hun werknemers betere huizen bouwen. In de steden kwam riolering en schoon water. De mensen werden hierdoor minder vaak ziek. De scholen werden beter en er kwam leerplicht. Dat wil zeggen dat alle kinderen naar school moeten.