
Deze meisjes moesten werken in de kolenmijnen. Het was zwaar en gevaarlijk werk. Daarbij wat het ook nog eens heel ongezond.
Arm
In het begin van de negentiende eeuw was het normaal dat kinderen werkten. De mensen waren zo arm, dat ook jonge kinderen moesten meehelpen om geld te verdienen. De kinderen moesten hard werken, maar verdienden weinig geld. Ze deden vaak gevaarlijk en ongezond werk. Ze hadden geen tijd om naar school te gaan. Toen er meer machines in de fabrieken kwamen, moesten de mensen steeds vaker en langer doorwerken. Sommige kinderen sliepen zelfs in de fabriek.
Kinderwetje
Samuel van Houten vond dat niet goed. Kinderen moesten naar school om later beter werk te vinden. Hij zorgde ervoor dat er in 1874 een wet tegen kinderarbeid werd aangenomen. Dit noemen we het Kinderwetje van Van Houten. Kinderen onder de twaalf jaar mochten niet meer werken. Maar de fabrieksdirecteuren trokken zich er niet veel van aan. Toen werd in 1900 de leerplichtwet aangenomen. De kinderen waren verplicht om naar school te gaan. Ze konden dan niet naar de fabriek of het land. Toch moesten veel kinderen nog steeds voor of na school aan het werk.
Kinderarbeid nu
Nu moet je in Nederland vijftien jaar zijn voordat je mag werken. Veel kinderen hebben dan een bijbaantje. Ze mogen het verdiende geld zelf houden. Maar er zijn nog steeds landen waar jonge kinderen hard moeten werken. Over de hele wereld zijn er 250 miljoen kinderen aan het werk. Ze werken meestal omdat ze arm zijn. Doordat ze niet naar school gaan, blijven ze arm. Hun kinderen moeten ook weer jong gaan werken. De kinderen werken in fabrieken en op het land, maar worden ook wel gedwongen tot seks voor geld of om te vechten in het leger.