
Tijdens de Olympische Spelen brandt van het begin tot eind de olympische vlam. Dit gebeurt in het hoofdstadion van de stad waar de Spelen worden gehouden.
Zomer- en Winterspelen
Er zijn Olympische zomer- en winterspelen. Om de vier jaar worden de Spelen gehouden. Het IOC (Internationaal Olympisch Comité) bepaalt welke stad de Spelen mag organiseren. Tijdens de zomerspelen van 2008 in Peking zullen er 36 sporten op het programma staan. Deze zijn weer verdeeld in meer dan 300 onderdelen. Atletiek en zwemmen zijn de populairste sporten. Bij de laatste winterspelen van 2006 in Turijn stonden er 15 sporten op het programma. Deze zijn weer verdeeld in meer dan 60 onderdelen. Alle sporten worden gedaan op sneeuw of ijs. Vooral skiën en schaatsen zijn populair.
Topsport
Tijdens de Olympische Spelen strijden de sterkste sporters ter wereld tegen elkaar. Niet elke sporter kan zomaar naar de Olympische Spelen. Je moet je hiervoor plaatsen. Dit kan individueel of met een team. Het IOC maakt een soort sportieve toets. Voor deze toets moeten de sporters slagen voordat ze naar de Spelen mogen. Veel sterke sportlanden moeten kwalificatiewedstrijden houden. Zij hebben zoveel goede sporters dat deze onderling een wedstrijd houden. Kijk maar eens naar de Nederlandse schaatsers! De besten gaan dan naar de Olympische Spelen.
Deelnemers
Vroeger moest je amateur zijn om mee te mogen doen aan de Olympische Spelen. Een amateursporter is iemand die sport beoefent voor de lol. Hij verdient er geen geld mee. Het valt niet mee om naast het vele trainen ook nog te werken. Dan is het handig om met de sport geld te verdienen. Dit zijn dan beroepssporters (profs). Sinds de Spelen van 1992 in Barcelona mogen de profs meedoen. De Amerikanen stuurden toen bijvoorbeeld hun dikbetaalde basketbalprofs. Zij wonnen met overmacht de gouden medaille.