
Handbal wordt gespeeld door twee teams van zeven spelers.
Geschiedenis
Voor het ontstaan van handbal moeten we terug naar het Deense plaatsje Ordrup. De directeur van een school verbood het voetballen op de speelplaats. In plaats daarvan gingen de leerlingen met de bal góóien. De sportleraar, Holger Nielsen, bedacht regels bij het spel. Het resultaat noemde hij Haandbold. Dit was in 1898. Het spel wordt verder vorm gegeven in Duitsland door gymnastiekleraar Max Heiser. Hij verandert de afmeting van het veld en de grootte van de doelen.
Het veld
Handbal wordt gespeeld op een speelveld van veertig meter lang en twintig meter breed. Dit veld bestaat uit twee speelhelften met aan beide kanten een doel. Het doel is afgeschermd door een halve cirkel waar alleen de keeper mag komen. Deze halve cirkel is zes meter rond. Daarna komt nog een halve cirkel op negen meter van het doel. Het doel zelf is drie meter lang en twee meter breed. De bedoeling van het spel is meer doelpunten te scoren dan de tegenstander.
De handbalkeeper
Als handbal op tv te zien is, zie je meestal alleen de doelpunten. Het lijkt vaak alsof de keeper kansloos is tegen de ballen, die met enorme snelheid op hem afgevuurd worden. Toch is dat niet zo. Een keeper stopt zeker veertig tot vijftig procent van de ballen. Behalve een snelle reactie moet een keeper ook veel spelinzicht hebben. De keeper ziet vaak van tevoren waar de volgende bal gaat komen. Daarop reageert hij: hij zorgt dat die hoek vast gedekt is.