spacer spacer   spacer spacer
Basisschool spacer Voortgezet Onderwijs spacer MBO en VE spacer Docenten spacer Mediathecarissen
 
visual
Circus
Het woord circus komt uit het Latijn en betekent cirkel. De Romeinen gebruikten deze naam voor hun renbanen waar zij wagenrennen hielden.

Geschiedenis
De geschiedenis van het circus begint in 1770. Een Engelse sergeant, Philip Astley, vertoonde allerlei kunstjes op paarden. Dit deed hij in een piste. Dat is een grote ronde ruimte met een tribune er omheen. Later liet hij een gebouw maken. Hij nodigde zangers, dansers en clowns uit. Deze traden dan op tussen de paardennummers door. In 1774 had hij in Parijs veel succes met zijn circus. In de negentiende eeuw ontstonden er in Frankrijk en Engeland overal circussen. Vaak waren het hele families die samen een circus oprichtten.

Rondtrekken
Een circus slaat zijn tenten voor een paar dagen of een week in een stad op. Daarna wordt alles weer ingepakt voor de volgende voorstelling in een andere plaats. De tent moet mee, de caravans van de artiesten, de wagens met de dieren en alle voorwerpen die de artiesten gebruiken. De kinderen uit het circus gaan naar een speciale school, die gewoon met hen meereist. Dit wordt een circusschool genoemd. Er zijn ook circussen met een vaste plaats. Zo'n circus is bijvoorbeeld Circus Royal in Dordrecht.

Artiesten
Wie nu naar een circus gaat, ziet veel verschillende artiesten. Er zijn bijvoorbeeld jongleurs, acrobaten, koorddansers, clowns en goochelaars. Veel circussen hebben ook dieren die kunstjes vertonen. Iemand die wilde dieren zoals tijgers of leeuwen kunstjes leert, noem je een dompteur. De dompteur oefent elke dag met zijn dieren. Dit heet dresseren en kost heel veel tijd. De spreekstalmeester kondigt alle artiesten aan. Hij draagt vaak een net pak met een hoge hoed.