
Iedere dag onweert het wel ergens op aarde. De lucht wordt pikdonker. Je wordt opgeschrikt door een flits en een knal. Maar wat is onweer nu echt?
Hoe ontstaat een onweerswolk?
Als het warm en vochtig is kunnen er onweerswolken ontstaan. Vocht en lucht stijgen op naar de koude bovenlucht. Het vocht kruipt bij elkaar en wordt een wolk. Boven in die wolk ontstaan ijsdeeltjes. Onderin de wolk zitten regendruppels en sneeuwvlokken. Al die water- en ijsdeeltjes hebben een elektrische lading. Een onweerswolk kan ook ontstaan als koude lucht de warme lucht probeert te verdringen. De warme lucht wordt dan naar boven geduwd en vormt een wolk. Ook in deze wolk hebben water- en ijsdeeltjes een elektrische lading.
Donder en bliksem
De aarde is elektrisch geladen. Als er een groot verschil is tussen de elektriciteit van de wolk en van de aarde, ontstaat er een stroomstoot tussen de wolk en de aarde. Die stroomstoot noemen we bliksem. Een bliksem kan wel vijf keer zo heet worden als de zon. Daardoor geeft hij licht. De bliksem verhit de lucht. De lucht zet daardoor uit. Als de bliksem voorbij is, koelt de lucht snel af en klapt in elkaar. Dit geeft een enorme knal: de donder. Doordat licht zich sneller verplaatst dan geluid, lijkt het soms of de donder veel later ontstaat dan de bliksem. Als er drie seconden zit tussen de donder en de bliksem is het onweer een kilometer ver weg.
Wat moet je wel en niet doen bij onweer?
Bliksem wil zo snel mogelijk naar de grond. Daarom slaat hij meestal in in hoge gebouwen of bomen. Ga dus niet onder een boom staan. Als je in het open veld bent, moet je je zo klein mogelijk maken. In een auto zit je veilig. De bliksem wordt door het metalen frame van de auto naar de grond geleidt en onschadelijk gemaakt. Elektrische apparaten kun je beter uit doen. Als de bliksem de elektriciteitsleidingen raakt kunnen ze stuk gaan. Bellen met een vaste telefoon is ook gevaarlijk.