
Vroeger heette het IJsselmeer de Zuiderzee. Het land rond de Zuiderzee is altijd in gevecht geweest met het water. Op het plaatje zie je de Afsluitdijk, die aan dit gevecht een einde maakte.
Ontstaan
In de Romeinse tijd heette het water dat nu IJsselmeer heet Mare Flevo. De oevers brokkelden af. Het meer werd steeds groter. Er gingen toch mensen omheen wonen en landbouw bedrijven. Ze bouwden hun woningen op hoge terpen. Het water heette toen Almere. In de dertiende eeuw drong de zee ver het land in. Veel dorpen verdwenen in het water. Er werden dijken aangelegd, om te zorgen dat het water niet al het land opslokte. Almere heette vanaf de dertiende eeuw Zuiderzee. Het was toen een echte zee, die vast zat aan de Waddenzee.
Leven rond de Zuiderzee
Rond de Zuiderzee liggen historische havenstadjes. Stavoren was in de vroege middeleeuwen een belangrijke handelsstad. Later werden Kampen, Elburg en Harderwijk belangrijk. In de negentiende eeuw verdienden veel mensen hun brood in de visserij. Grote vissersplaatsen waren Volendam, Marken, Urk, Huizen en Spakenburg. Na de aanleg van de Afsluitdijk werd dit minder, maar vooral de Urkers bleven vissen.
Zee wordt land
In de negentiende eeuw kwamen mensen op het idee de Zuiderzee in te polderen. Dat betekent dat van een deel van de zee land gemaakt werd. Hierdoor zouden er minder overstromingen komen. Ook kwam er dan meer landbouwgrond. Cornelis Lely maakte een plan om de Zuiderzee af te sluiten. In 1920 werd de eerste dijk aangelegd. Het gebied tussen de dijk en het land werd drooggelegd. Dit was de Wieringermeerpolder. In 1932 was de Afsluitdijk klaar. Hiermee werd de Zuiderzee een meer: het IJsselmeer. Arbeiders hadden er vijf jaar aan gewerkt. In 1942 viel de Noordoostpolder droog. In 1968 was ook Flevoland ingepolderd.
Er is ook een Schoolbieb pagina over de Afsluitdijk.