
Dit is de Oosterscheldedam. Als het stormt en als het water heel hoog is, is de dam gesloten, zoals op dit plaatje. Maar meestal is de dam open.
Deltaplan
Op 31 januari 1953 stond er een zware noordwesterstorm. Bovendien was het springtij. Dat betekent dat het water heel hoog stond door de aantrekkingskracht van de maan en de zon. De dijken in Zeeland braken. Een groot deel van Zeeland, Zuid-Holland en Brabant kwam onder water te staan. Er kwamen 1835 mensen om. Om te zorgen dat zo'n ramp niet weer zou gebeuren, bedacht men een plan om de zeearmen in Zuidwest-Nederland met dammen af te sluiten. Dit was het Deltaplan.
Bouw
Het aanleggen van de dammen was erg ingewikkeld. Men begon met kleine dammen, die niet zo moeilijk waren. Zo konden ze goede technieken bedenken. Voor het bouwen van de enorme dammen werden speciale apparaten gebouwd. Het moeilijkste karwei was de bouw van de stormvloedkering in de Oosterschelde. Dit is een dam met twee grote schuiven. Deze schuiven gaan alleen dicht bij zeer zware storm. Als ze open zijn kan het water er gewoon door stromen. Dit is beter voor de natuur en de mosselteelt. De dam werd gebouwd vanaf twee door mensen gemaakte eilanden. Op het werkeiland 'Neeltje Jans' kun je in een tentoonstelling zien hoe de deltawerken aangelegd zijn.
Voordelen
Door de afsluiting van sommige zeearmen zijn er nieuwe natuurgebieden gekomen. Hier kunnen vogels rustig broeden. Ook groeien er zeldzame planten. Er is meer zoet water waar drinkwater van gemaakt kan worden. Over de dammen zijn wegen aangelegd. De Zeeuwen kunnen nu veel makkelijker van het ene naar het andere eiland. Veel toeristen komen de deltawerken bekijken. Dit levert geld op. Het belangrijkste voordeel is natuurlijk dat een grote overstroming niet gauw meer zal voorkomen.