
Regenwouden groeien rond de evenaar. Het is er warm en vochtig. De temperatuur is ongeveer dertig graden. Daarom kunnen veel planten en dieren er prima leven.
Opbouw
Het tropisch regenwoud bestaat uit verschillende lagen. De hoogste bomen worden wel zestig meter hoog. Zij vormen de toplaag van het oerwoud. Daaronder is het dikke bladerdek van de bomen die dertig tot veertig meter hoog worden. De bladeren houden heel veel licht tegen. In de onderlaag groeien struiken of warrige klimplanten. Op de bodem is bijna helemaal geen licht. Er groeien mossen en kruipplanten. Door het regenwoud stromen veel rivieren.
Samenleven
Nergens anders leven zoveel verschillende soorten planten en dieren samen als in het tropisch regenwoud. Hoog boven het bladerdek zweven roofvogels. Zij jagen op de dieren in het bladerdek. Sommige planten hebben andere planten nodig om omhoog te groeien naar het licht. Al het leven in het regenwoud is afhankelijk van elkaar. Insecten ruimen afgevallen bladeren op. Ze dienen ook als voedsel voor andere dieren, die weer door andere dieren worden gegeten.
Bedreiging
Het regenwoud wordt steeds kleiner. Er worden veel bomen gekapt voor de industrie. Door het Amazonegebied in Braziliƫ worden wegen aangelegd. Elk jaar verdwijnt in het Amazonegebied een stuk regenwoud zo groot als Nederland. Ook andere regenwouden worden bedreigd. Het regenwoud levert veel zuurstof. Als er veel minder zuurstof gemaakt wordt, kan het klimaat op de aarde veranderen.