
Rond de noordpoolcirkel ligt een koude kale vlakte: de toendra. Toendragebieden liggen in Alaska, Canada, Scandinavië en Siberië. Een klein beetje zuidelijker vinden we de taiga.
Landschap
De toendra is een vlakte die bedekt is met sneeuw en ijs. Op sommige plaatsen zijn kleine heuvels. Die komen daar doordat het ijs, dat er in zit, uitzet. Ze heten pingo's. De taiga is een woest gebied met naaldbomen. Veel bomen worden gekapt voor de industrie. Vooral in Siberië zijn daardoor veel kale gebieden.
Leven op de toendra en de taiga
In de winter kan het wel zestig graden vriezen en de zomers zijn heel kort. Daardoor kunnen er op de toendra alleen maar mossen en varens groeien. Op de taiga groeien naaldbomen. Dieren die op de toendra en taiga leven zijn poolvossen en Amerikaanse hazen. 's Zomers zijn er veel muggen. Er wonen ook mensen op de toendra en de taiga. Zij leven van visvangst, rendierteelt en bosbouw.
Permafrost
De grond van de toendra is altijd bevroren. Dit heet permafrost. In de zomer ontdooit maar een paar centimeter. Permafrost-gebieden zijn al duizenden jaren bevroren. Soms vindt men daardoor resten van uitgestorven dieren. Doordat ze diepgevroren zijn, zijn deze resten nog bijna helemaal goed. Wetenschappers kunnen daardoor te weten komen hoe bijvoorbeeld een mammoet eruit heeft gezien.