
Groot-Brittannië bestaat uit Engeland, Wales en Schotland. Samen met Noord-Ierland vormt Groot-Brittannië het
Verenigd Koninkrijk.
Tussen Groot-Brittannië en Europa liggen het Kanaal en de Noordzee.
De hoofdstad van Engeland is Londen.
Landschap
In het zuiden en zuidoosten van Engeland vind je vruchtbare landbouwgrond. In dit gebied is het niet te koud en niet te warm en het regent er veel. In het oosten zijn meren en moerassen (Fens). Schotland, Wales en Noord-Engeland bestaan uit woeste bergen. Cornwall in het zuidwesten heeft een mooie, rotsachtige kust.
Landbouw, industrie en dienstverlening
De belangrijkste producten die in Groot-Brittannië gemaakt worden, zijn elektrische apparaten en chemische producten. De Britten verdienen het meeste geld met bankieren en met handel en dienstverlening. Londen is één van de belangrijkste steden van de wereld op zakelijk gebied.
Maar twee procent van de werkende Britten werkt in de landbouw. De boeren maken veel gebruik van machines, waardoor ze toch veel kunnen produceren. De Britse boeren zorgen voor veel graan, melk en vlees.
Schotland
Het noordelijkste deel van Groot-Brittannië is Schotland. De hoofdstad is Edinburgh. Schotten spreken Schots. Dit is een soort Engels met veel eigen woorden. Schotland heeft ook eigen wetten, een eigen kerk en een eigen onderwijssysteem. Sommige Schotten willen zelfs een eigen parlement.
De oude klederdracht van Schotland is de kilt. Het is een geruite wollen rok. Aan het ruitpatroon kun je zien bij welke familie de drager hoort. De kilt wordt alleen door mannen gedragen.