
Het woord fotografie komt van de Griekse woorden photos (licht) en graphos (schrijven). Het betekent letterlijk: schrijven met licht. Zonder licht kun je geen foto's maken.
Geschiedenis
Het maken van foto's duurde vroeger heel lang. De Fransman Joseph NiƩpce maakte in 1827 de eerste foto. Het was een foto van zijn werkkamer. Het duurde acht uur voordat de foto klaar was! Dit kwam omdat de eerste foto's heel lang belicht moesten worden. Mensen moesten ook lang stilzitten om gefotografeerd te worden. Het was in die tijd dan ook heel moeilijk om dieren of rijtuigen te fotograferen. Deze zouden dan lang stil moeten zitten of stilstaan.
Cameralens
De cameralens is eigenlijk het oog van de fotocamera. De lens zorgt ervoor dat de foto scherp wordt en niet wazig. Dit scherpstellen moest je vroeger zelf doen. Moderne camera's doen dit automatisch. Ook zorgt de lens voor de juiste hoeveelheid licht in de camera. Zo wordt de foto goed belicht. Als laatste bepaalt een lens hoe je iets ziet door de camera. Een telelens bijvoorbeeld laat je alles vergroot zien. Dit is gemakkelijk als je ergens niet dichtbij kunt komen.
Digitale fotografie
In 1996 kon je voor het eerst een digitale camera kopen. Het grote voordeel van een digitale camera is dat er niets meer ontwikkeld hoeft te worden. Er zit geen film in, zoals bij de analoge camera's, maar een lichtgevoelige sensor. Dat is een plaatje dat bestaat uit miljoenen kleine fotodeeltjes. Deze worden ook wel pixels genoemd. Elke digitale foto wordt opgeslagen op de sensor. Je kunt ze daarna op je computer zetten.