
Geluid is overal. Soms is het prettig om te horen, maar het kan ook heel hinderlijk zijn. Om te zorgen dat de mensen in een woonwijk geen last hebben van het lawaai van het verkeer, worden vaak geluidsschermen geplaatst.
Wat is geluid?
Geluid bestaat uit trillingen van de lucht. Lucht gaat bewegen doordat een voorwerp, bijvoorbeeld een gitaarsnaar, trilt. De deeltjes van de lucht bewegen op een golvende manier. Deze geluidsgolven leggen in één seconde driehonderd meter af. Dat merk je goed bij onweer. Je ziet eerst de bliksem en pas later hoor je de donder. Als de geluidsgolven je oor bereiken gaat je trommelvlies ook trillen. Er worden signalen naar je hersenen gestuurd, die het signaal herkennen als een geluid.
Hoog en laag, hard en zacht
Hoge tonen bestaan uit snelle trillingen. Het aantal trillingen per seconde noemt men de frequentie of het aantal hertz van het geluid. Lage tonen hebben een lage frequentie. Als je ouder wordt kun je hoge tonen minder goed horen. Mensen kunnen sommige hoge tonen niet horen maar dieren wel. De sterkte van geluid meet je in het aantal decibel. Een plotseling hard geluid kan je gehoor beschadigen. Ook minder harde geluiden kunnen schadelijk zijn als je ze vaak hoort.
Weerkaatsing
Water en harde oppervlakten kunnen geluidsgolven weer terugkaatsen. Als je zingt in de badkamer klinkt je stem mooi vol. Je hoort je eigen stem en bijna tegelijkertijd hoor je het weerkaatsende geluid. Probeer dat maar eens! In een grote ruimte duurt het wat langer voordat je het geluid weer hoort. Het geluid wordt dan ook een paar keer weerkaatst. Dit gaat net zo als met een stuiterbal. Dit noem je nagalm. Als de afstand tussen de plaats waar het geluid vandaan komt en het oppervlak dat het geluid weerkaatst heel groot is, duurt het lang voordat het geluid weer terug is. Dit noem je echo.