
In ons zonnestelsel draaien alle planeten om de zon. Dit is de planeet Saturnus. Hij heeft ringen van brokken steen en ijs. Vanaf de zon gezien is dit de volgorde van de planeten: Mercurius, Venus, aarde, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus en (dwergplaneet)Pluto.
Zwerver
Het woord planeet komt uit het Grieks en betekent zwerver. Planeten worden zo genoemd omdat ze rondzwerven in de ruimte. Maar niet zomaar in het wilde weg: ze draaien in een vaste baan om een ster. In ons zonnestelsel draaien de planeten om de zon (de zon is ook een ster). Ook draaien ze allemaal om hun eigen as. De meeste planeten hebben één of meer manen. Planeten geven zelf geen licht. Ze kaatsen het licht van de ster terug.
Planeten
De planeten Mercurius, Venus, Aarde en Mars zijn allemaal klein en bestaan uit ijzer en gesteente. Jupiter, Saturnus, Uranus en Neptunus zijn voor het grootste deel van gas. Pluto is klein en rotsachtig. Vroeger werd Pluto een planeet genoemd. In 2006 is besloten dat het niet meer bij de planeten hoort, maar een dwergplaneet is. Tot en met Saturnus zijn de planeten al heel lang bekend, omdat je ze met het blote oog kunt zien. De planeten vanaf Uranus zijn pas na 1780 ontdekt, toen de telescopen uitgevonden waren.
Nieuw
In 2005 is een nieuwe planeet ontdekt. Het was toen nog niet zeker of het een echte planeet was. Daarom kreeg hij eerst een tijdelijke naam: 2003 UB313. Nu heet hij Eris. Planeten hebben hun baan om de zon schoongeveegd: in hun baan bewegen geen andere objecten. Omdat dit bij Eris niet zo is valt hij onder de dwergplaneten, net als Pluto en Ceres. Eris heeft ook een maan.