
Een maan is een satelliet. Hij draait rond een planeet. In het heelal zijn meer manen. Die hebben allemaal een naam. De maan die bij de aarde hoort heet gewoon "de maan".
Ontstaan
De meeste astronomen denken dat de maan later is ontstaan dan de aarde. Asteroïden zijn brokstukken die door de ruimte vliegen. Een zo'n asteroïde vloog tegen de nog jonge aarde aan. Daaruit ontstond de maan. Eerst waren deze stukken nog warm. Intussen is de maan afgekoeld en van binnen bijna helemaal massief (hard). Er is geen lucht, water of leven op de maan, er is alleen gesteente.
Schijnen
De maan is een satelliet van de aarde: hij draait in een baan om de aarde. Grote planeten hebben meer manen: Saturnus heeft er zelfs negentien! Omdat de aarde en de maan samen om de zon draaien, beschijnt de zon steeds een ander stukje van de maan. Voor ons lijkt het daardoor alsof de maan verandert van vorm. Ook zeggen we dat de maan schijnt. Dit is niet zo. Hij weerkaatst alleen het licht van de zon.
Invloed
De maan heeft grote invloed op de getijden van het zeewater. Getijden wil zeggen eb en vloed (twee keer per dag stijgt en daalt het water in de zeeën). De maan trekt het water een beetje naar zich toe op de plek waar hij staat. Dat is ook een gevolg van de aantrekkingskracht tussen de maan en de aarde.