
Walvissen behoren samen met de dolfijnen en de bruinvissen tot de walvisachtigen. De blauwe vinvis is het grootste dier op aarde. Hij kan 32 meter lang worden, dat is even lang als vier klaslokalen achter elkaar! Hier zie je een baby beloega. Ze noemen hem ook wel witte walvis.
Soorten
Walvissen bestaan al miljoenen jaren. Er zijn twee soorten walvissen. De tandwalvissen hebben tanden. Ze eten vooral vis en inktvis. De baleinwalvissen hebben baleinen, dit zijn een soort borstelachtige platen. Ze worden ook wel baardwalvissen genoemd. Deze walvissen zijn meestal het grootst. Ze eten kleinere vissen, plankton, kwallen en algen. Plankton bestaat uit heel kleine diertjes en plantjes die in het water drijven.
Oceanen
In elke oceaan op aarde leven walvissen. Ze overwinteren in de warmere gebieden. Daar krijgen zij ook hun jongen. Sommige soorten zijn meer dan een jaar zwanger. Ze krijgen één jong per keer. Een jong drinkt ongeveer een jaar lang heel vette, erg voedzame melk.
Ademhalen
Alle walvisachtigen hebben longen. Ze moeten steeds boven water komen om te ademen. Bovenop hun kop zit het spuitgat. Eigenlijk zijn dit hun neusgaten. Als een walvis bovenkomt, ademt hij eerst uit. Er ontstaat dan een spuitwolk. Direct daarna ademen ze in. Onder water wordt het spuitgat afgesloten met een soort klepje. Een potvis kan wel anderhalf uur onder water blijven!