
Panda's noemen we ook wel pandabeer. Er bestaan twee soorten panda's. Dit is een reuzenpanda. Die behoren tot de beren. Kleine panda's hebben een oranje vacht en zijn familie van de wasberen. Deze reuzenpanda zit te eten van bamboestengels. Hij houdt ze met zijn poot vast.
Soorten
Er bestaan twee soorten panda's: de kleine panda en de reuzenpanda. Reuzenpanda's zijn helemaal niet zo groot. Ongeveer even groot als een Sint Bernhardhond. Waarom hij dan toch zo genoemd wordt? De kleine panda was al eerder ontdekt. Die werd panda genoemd. Toen bekend werd dat er nog een soort bestond die veel groter was, werd die daarom reuzenpanda genoemd. De soorten blijken nu geen directe familie van elkaar te zijn.
Bamboe
Reuzenpanda's eten alleen maar bamboe. Maar vroeger aten ze vlees. Dat is nu nog te zien aan hun gebit: ze hebben scherpe hoektanden. Reuzenpanda's horen daarom toch tot de roofdieren. Bamboe is moeilijk te verteren. Daarom moet een panda heel veel eten en is hij daar wel veertien uur per dag mee bezig. Hij zit daarbij net als een mens en houdt met een soort duim de bamboestengel vast. Door het vele eten poept een reuzenpanda ook veel; soms wel honderd drollen op een dag! Kleine panda's eten naast bamboe ook wel eens wortels van andere planten en heel soms een vogeltje!
Bedreigd
De panda is een bedreigde diersoort: er zijn er nog maar heel weinig van. Volgens het Wereldnatuurfonds nog zestienhonderd. In zuidwest China, de enige plaats waar de reuzenpanda voorkomt, zijn steeds minder bamboebossen. Een bamboebos sterft na vijftig jaar. De panda's moeten dan op zoek naar een jong stuk bos. Daarvoor moeten ze langs dorpen en door landbouwgebied. Panda's zijn zeer schuwe dieren, dus doen ze dat niet. De kleine panda leeft in het Himalayagebergte in Tibet. Van deze soort zijn er nog maar zo'n 2500 exemplaren.