
De olifant is het grootste landdier dat op dit moment op aarde leeft. Olifanten worden gemiddeld drie meter hoog en zesduizend kilo zwaar. Dat is even zwaar als tachtig mensen of zes auto's! De zwaarste olifant ooit gewogen was twaalfduizend kilo!
Geschiedenis
Vijf miljoen jaar geleden ontstond de familie Elephantidae. Tot deze familie behoren de olifanten van nu, maar ook de mammoeten. Nu zijn er drie soorten olifanten: de Afrikaanse bosolifant, de Afrikaanse savanneolifant en de Aziatische olifant. De Romeinen waren de eersten die de olifant gebruikten. De olifant moest vechten in de arena en in oorlogen. De Romeinen ontdekten dat je olifanten goed kunstjes kon leren. Zo ontstond de circusolifant.
Slurf
Olifanten behoren tot de slurfachtigen. De slurf is een lange neus met een klein bovenlipje. Aan het eind van de slurf zitten twee neusgaten. Hiermee kan hij goed ruiken, maar ook water opzuigen. Dat spuit hij daarna in zijn bek. Het bovenlipje is net een klein vingertje. De olifant pakt er zijn eten mee op. Verder gebruikt hij zijn slurf als vliegenmepper, knuppel, trompet en snorkel. Natuurlijk zijn zijn enorme slagtanden ook opvallend. Hiermee graaft hij, duwt hij bomen om en valt hij vijanden aan.
Kudde
Vrouwtjesolifanten leven in een kudde met hun jongen. Het oudste vrouwtje heeft de leiding. De mannetjes leven in hun eentje en komen alleen bij de vrouwtjes om te paren. Een olifant is 22 maanden zwanger. Het jong blijft twee jaar melk drinken bij zijn moeder. Dit doet hij met zijn bek. Daarna leert hij pas zijn slurf te gebruiken. De vrouwtjes helpen elkaar bij de opvoeding van de jongen. Als een mannetje na zes à tien jaar volwassen is, moet hij de kudde verlaten.