
Een klas schoolkinderen is hier in Rotterdam op bezoek bij de giraffen in Diergaarde Blijdorp.
Kijken en leren
Dierentuinen willen je graag allerlei dieren laten zien. Je kunt er gezellig een dagje uit. Maar je kunt er ook veel leren van het leven van de dieren. Op de informatieborden staat waar de dieren vandaan komen. Het woongebied van de dieren wordt nagemaakt van de vrije natuur. De dieren leven daardoor zoveel mogelijk hetzelfde als in het wild. Voor de dieren is dat prettig en de bezoekers kunnen zo ook zien hóe de dieren leven.
Dieren verzorgen
De dierenverzorgers zorgen dat de dieren hun eten krijgen. Zij zorgen ervoor dat de hokken schoon zijn, dat alle poep van de dieren is opgeruimd. Ook zorgen ze ervoor dat de dieren zich niet vervelen. Bij sommige dieren verstoppen ze daarom hun eten. Net als in de vrije natuur moeten de dieren zo moeite doen om hun eten te vinden. Voelt een dier zich wel prettig? Eet het dier wel goed? Is het dier niet ziek? Allemaal zaken waar de dierenverzorger op let. Als een dier ziek is, kijkt de dierenarts het dier na. En als het nodig is krijgt het dier medicijnen of wordt het misschien wel geopereerd.
Waar komen de dieren vandaan?
Vroeger werden dieren uit het wild gevangen en naar de dierentuin gebracht. Dat gebeurt nu niet meer. Dierentuinen ruilen de dieren met elkaar of lenen ze aan elkaar uit. In de dierentuin zorgen ze er nu ook voor dat een mannetjesdier met een vrouwtjesdier kan paren. Zo kunnen er weer babydieren komen. Eigenlijk is het nu andersom. Dieren die in het wild met uitsterven worden bedreigd zet de dierentuin nu soms juist weer terug in de natuur.