
Beren hebben ieder een eigen gebied nodig waarin ze hun voedsel kunnen vinden. Dat heet een territorium. Daarin is geen plaats voor een andere beer. Hier zie je twee bruine beren ruzie maken om een gebied.
Uiterlijk
Beren zijn krachtig gebouwde roofdieren. Hun poten hebben vijf lange klauwen, die ze niet kunnen intrekken. Ze hebben scherpe tanden en sterke kaken. Hun vacht is ruig en dik. Een beer lijkt log en langzaam. Dit komt doordat hij een zoolganger is. Dat betekent dat bij elke stap die hij zet, de hele zool van zijn voet (de onderkant) op de grond komt. Maar hij kan ook net zo hard rennen als een brommer rijdt! Een beer kan goed rechtop staan. Ook kan hij erg goed klimmen en zwemmen.
Woonplaats
Beren leven in Oost- en Zuid-Europa, in Noord-Amerika en in Azië. En de ijsbeer woont in het gebied rond de Noordpool. Beren leven graag alleen. Ze kiezen een plek met verschillende begroeiing. Ze willen bomen om in te klimmen en open stukken land voor het overzicht. En ook graag een rivier in de buurt om te vissen. Zo heeft de beer grote kans op veel afwisseling in zijn voeding. Met zijn klauwen maakt de beer krassen op bomen om duidelijk te maken dat dit zijn gebied is.
Veel eten en slapen
De beer lust bijna alles: wortels, gras, knollen, kruiden, vruchten, insecten, noten, vis en vlees. Beren zijn dol op zoetigheid (honing of zoetig boomsap). In de zomer besteden de beren wel twintig uur per dag aan eten. Ze slapen dan heel weinig. Als de winter komt zoeken ze een hol of graven ze een nieuwe. Daarin gaan ze rusten en slapen tot het voorjaar. De winterslaap. Ze eten maanden achter elkaar niets en gebruiken dan hun vetreserves.