
De regering is het bestuur van het land. De leden van de regering zijn de ministers en de leden van de Eerste en Tweede Kamer.
Ministers
De minister-president is de baas van de ministers. Ministers bedenken hoe het land het beste bestuurd kan worden. Ze houden zich bezig met verschillende onderwerpen. Zo is er bijvoorbeeld een minister voor onderwijs en een minister voor binnenlandse zaken. De ministers worden geholpen door staatssecretarissen. Zij weten veel af van een speciaal onderdeel van de taak van het ministerie. De wetten en plannen die de ministers maken moeten goedgekeurd worden door de Tweede Kamer.
Eerste en Tweede Kamer
De 150 leden van de Tweede Kamer zijn rechtstreeks door het volk gekozen. Ze zijn lid van een politieke partij. De leden van één partij die in de Tweede Kamer zitten vormen samen de fractie van die partij. In de zaal op het plaatje vergaderen zij over de plannen van de regering. De voorzitter van de Tweede Kamer bepaalt wanneer iemand iets mag zeggen en of er gestemd moet worden. De leden van de Eerste Kamer kijken of de Tweede Kamer zijn werk wel goed doet. Zij kunnen een wet die aangenomen is door de Tweede Kamer toch nog afkeuren.
Verkiezingen
Eén keer in de vier jaar worden er nieuwe leden voor de Tweede Kamer gekozen. De politieke partij die de meeste stemmen krijgt, krijgt de meest leden in de Tweede Kamer. Bovendien gaan de partijen met de meeste stemmen de regering vormen. Zij bepalen ook wie minister of minister-president wordt. Je begrijpt dat de partijen veel reclame maken om zoveel mogelijk stemmen te krijgen. Dit noem je campagne voeren. Als je achttien jaar of ouder bent mag je stemmen. Als je gaat stemmen heb je een klein beetje invloed op het bestuur van Nederland.