
In de Europese Unie (EU) werken landen samen om sterker te staan tegenover de rest van de wereld. Het gaat vooral om economie, veiligheid en milieu.
Geschiedenis
Na de Tweede Wereldoorlog gingen landen samenwerken. Ze wilden geen oorlog meer. In 1951 richtten zes landen de
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op. Nederland was één van die landen. In 1957 werd dit samenwerkingsverband de
Europese Economische Gemeenschap. In 1993 veranderde de naam in
Europese Unie. Er werden steeds meer landen lid. In 2004 kwamen er wel tien landen bij. In 2007 werden nog twee landen lid. Nu heeft de Europese Unie 27 leden en er zullen er nog meer bij komen.
Europese regering
Lidstaten zijn landen die lid zijn van de Europese Unie. Elke lidstaat heeft mensen die de Europese Unie besturen. Deze mensen heten vertegenwoordigers. De Europese Commissie zorgt dat iedereen zich aan de afspraken houdt. Ieder half jaar is een ander land voorzitter. De Raad van Ministers neemt alle beslissingen. De inwoners van de Europese landen kiezen om de vijf jaar de leden van het Europese Parlement. Dit lijkt op de Tweede Kamer in Nederland.
De lidstaten betalen geld aan de EU. Met dat geld worden dingen veranderd en verbeterd. De EU zorgt er bijvoorbeeld voor dat ook arme gebieden in Europa mee kunnen doen aan handel en industrie. Ook probeert de EU de wetten in de verschillende landen zo veel mogelijk hetzelfde te maken.
Grenzen
De grenzen tussen de Europese landen zijn open. Mensen kunnen vrij van Nederland naar een ander land van de EU reizen. Ze kunnen daar ook gaan werken. Vroeger moest je betalen als je handelswaar uit een ander land naar Nederland bracht. Nu mogen producten vrij de grens over. Hierdoor is het makkelijker om handel te drijven. Sinds 2002 kun je in twaalf Europese landen betalen met de Euro. Dat is makkelijk voor de handel én als je op vakantie gaat.