
Niet alle basisscholen geven op dezelfde manier les. Deze kinderen zitten op een 'bijzondere school'.
Maria Montessori
Aan het begin van de twintigste eeuw vonden sommige mensen dat het anders moest op school. De bekendste is Maria Montessori. Zij maakte zelf lesmateriaal en op veel scholen wordt op haar manier lesgegeven. Dit zijn Montessorischolen. Maria Montessori werd in 1870 geboren in Rome. Ze studeerde voor arts en werkte met kinderen die zich niet zo goed ontwikkeld hadden. Ze ontdekte dat dit kwam doordat ze geen speelgoed hadden. Daarvoor waren ze te arm. Maria Montessori bedacht dat je kinderen iets moet laten leren op het moment dat ze het willen. Als je ze de goede leermiddelen geeft, gaat het bijna vanzelf. Dit komt doordat kinderen nieuwsgierig zijn en graag willen leren.
Bijzondere scholen
Er waren ook andere mensen die manieren bedachten om kinderen te laten leren op een manier die het beste bij ze past. Ook hun ideeën worden nog steeds gebruikt. Je hebt misschien wel eens gehoord van de Vrije School, de Freinetschool, de Daltonschool of de Jenaplanschool. Dit noem je bijzondere scholen. Gewone basisscholen gebruiken vaak ideeën van bijzondere scholen. Kringgesprekken en het documentatiecentrum zijn bedacht door Jenaplanscholen. Protestants christelijke, islamitische of katholieke scholen zijn ook bijzondere scholen. De leraren geven hier les vanuit het geloof.
Het onderwijs nu
Er zijn nog steeds mensen die vinden dat het onderwijs beter kan en het willen veranderen. De laatste jaren is het nieuwe leren belangrijk. Kinderen van nu spelen en leren anders dan kinderen van vroeger. Ze gebruiken nu de computer en de televisie en ze doen veel dingen tegelijk. Het nieuwe leren past hier goed bij. De leerlingen moeten veel zelf doen. Ze vervelen zich hierdoor minder gauw. Ook hoeven ze zich niet steeds aan te passen aan anderen. Sommige kinderen houden niet van leren. In het nieuwe leren hoeven ze niet zoveel te leren maar mogen ze juist veel doen. Sommige kinderen vinden zelfstandig werken erg moeilijk. Dat is dan een nadeel.