
Iemand verliezen doet pijn. Heel veel pijn.
Dood
Iedereen krijgt in zijn leven te maken met de dood. Want iedereen die geboren wordt gaat ook een keer dood. De meeste mensen gaan pas dood als ze oud zijn. Maar dat is niet altijd zo. Zo kun je ook jonger overlijden aan een ziekte, een hartstilstand of door een ernstig ongeluk. Er zijn kinderen die al op jonge leeftijd te maken krijgen met de dood. Doordat hun oma of opa sterft. Of nog erger, als één van hun ouders, broer of zus dood gaat. Als dat gebeurt, lijkt het alsof de wereld ineens stil staat en alsof het heel donker om je heen wordt. Je hebt letterlijk pijn in je hart van verdriet. Maar er zijn ook kinderen die zelf heel ziek worden en daaraan dood gaan.
Afscheid nemen
Nadat iemand is doodgegaan kun je afscheid nemen van die persoon. Dat kan thuis of in een rouwcentrum. Een dode wordt vaak in een kist opgebaard. Het kan eng zijn een dode te zien. Bedenk voor jezelf of je dit wilt of dat je de persoon wil herinneren zoals je hem kende. Na een paar dagen gaat de kist dicht. Dan is de uitvaart. De overledene wordt begraven of gecremeerd. De mensen komen bij elkaar om afscheid te nemen. De sfeer is meestal heel verdrietig. Er wordt gezongen of je luistert naar muziek. Ook zijn er soms mensen die nog iets persoonlijks zeggen. Na afloop condoleer je de nabestaanden. Je wenst ze sterkte met het grote verlies.
Omgaan met verdriet
Het verdriet om een overledene zal een hele tijd blijven. Langzaam wordt de pijn minder. Maar hoe lang dat duurt is niet te zeggen. Verdriet kun je niet verdringen. Je kunt proberen er een tijdje niet aan te denken, maar het komt toch weer naar boven. Iedereen gaat anders om met verdriet. De één huilt heel veel en de ander wordt juist boos of heel erg stil. Vaak is het fijn om met anderen te praten. En heeft iemand anders veel verdriet dan kun je ook gewoon vragen waar hij aan denkt of wat hij voelt. Het delen van herinneringen is prettig en geeft vaak veel kracht. En na een tijdje merk je dat je weer geniet van de dingen om je heen.