
Met communicatie-middelen brengen mensen boodschappen aan elkaar over. Door te communiceren delen ze gedachten en ideeën met elkaar. Hier zie je twee communicatiemiddelen: een krant en een pda. Met een pda kun je telefoneren, faxen en internetten.
Vroeger
Ruim 20.000 jaar geleden brachten mensen boodschappen aan elkaar over door het maken van grottekeningen. Door rooksignalen of met tromgeroffel konden ze een boodschap over een afstand versturen. Ongeveer 5000 jaar geleden werd het schrift bedacht. Men kon toen brieven schrijven op kleitabletten en later op papier. Koeriers brachten deze brieven van de ene naar de andere plaats. Toen er betere wegen en vervoermiddelen kwamen, begonnen de eerste echte postdiensten. Het duurde erg lang voor een bericht uit Amerika in Nederland aankwam. Het verzenden van post per vliegtuig was een hele verbetering.
Nu
Rond 1800 werd het eerste telecommunicatiemiddel uitgevonden, de telegraaf. Elektrische signalen en radiogolven konden toen behoorlijk snel boodschappen overbrengen van de ene kant van de wereld naar de andere. Dit was de voorloper van de telefoon en het mobieltje. Brieven schrijven doen we tegenwoordig niet zo veel meer. Je hebt nu veel sneller antwoord als je een e-mailtje stuurt. Chatten gaat nog sneller! Via satellieten kunnen we signalen en beelden snel over hele grote afstanden versturen. Satellieten zijn een soort zenders die in de ruimte om de aarde draaien.
Massacommunicatie
Als een boodschap aan veel mensen tegelijk overgebracht wordt, noem je dat massacommunicatie. Je gebruikt daar massamedia voor. De televisie is zo’n massamedium. Boodschappen, zoals reclame en nieuws, bereiken tegenwoordig snel veel mensen via de televisie. Andere massamedia zijn de krant en het internet. Het voordeel van deze massamedia is dat bijna alle mensen weten wat er in de wereld gebeurt. Het nadeel is dat ze ook informatie kunnen geven die niet klopt of die verkeerde gevolgen kan hebben.