
Veel kinderen leven in landen waar oorlog is. Na de Tweede wereldoorlog is Unicef opgericht. Dat is een organisatie die er is om kinderen in nood te helpen.
Rechten van kinderen
In 1989 is het Verdrag voor de rechten van het kind gemaakt. Dat is een lijst met afspraken over de rechten van kinderen. Bijvoorbeeld: Ieder kind heeft recht op liefde en zorg. Alle kinderen hebben dezelfde rechten. Het verdrag is gemaakt om het leven van kinderen over de hele wereld te verbeteren. In veel landen worden kinderen nu ingeënt tegen ziektes. Ze krijgen dan een spuitje waardoor ze bijvoorbeeld geen polio kunnen krijgen. Door deze ziekte kun je gehandicapt worden.
Water
In landen in de derde wereld is vaak geen schoon water. Mensen gebruiken water uit rivieren en meren. In dit water wassen, plassen en poepen ze ook. Als je dit water gebruikt om te drinken, kun je ziek worden. Ook moeten veel kinderen elke dag uren lopen om water te halen. Daarom maakt Unicef waterputten en latrines bij de mensen in de buurt. Een latrine is een wc, een soort put. Als de mensen deze wc gebruiken blijft het water ook schoner. Kinderen worden dan minder vaak ziek.
Voedsel
In landen zoals India kunnen kinderen wel naar school. Maar vaak hebben ze honger. De ouders hebben niet genoeg geld om de kinderen te eten te geven. Unicef leert kinderen zelf voedsel te verbouwen in tuintjes bij de school. Op school leren de kinderen zelf koken. Zo krijgen ze iedere dag gezond te eten.