
Karel de Grote leefde in het begin van de middeleeuwen (742-814). Hij regeerde over een groot deel van Europa. Hij vond wetenschap en het christendom heel belangrijk. Dat merken we nu nog steeds.
Wie was Karel de Grote?
Karel de Grote was de zoon van Pippijn de Korte en Bertrada "met de grote voeten". Zijn broer heette Karloman. Pippijn was koning van de Franken. Een zekere meneer Einhard heeft Karel de Grote gekend en iets over hem opgeschreven. Karel was 1 meter 92 lang, had een snor, droeg eenvoudige kleren maar had altijd een duur zwaard bij zich. Karel de Grote trouwde vier keer. De laatste jaren van zijn leven woonde hij samen met zijn vriendin Liutgard.
Het rijk van Karel
Pippijn stierf in 768. Karel en Karloman volgden hem op. Na drie jaar overleed Karloman en moest Karel alleen regeren. Het rijk bestond toen uit grote delen van Frankrijk en Duitsland. Karel de Grote was een goede krijgsheer. Met een goed georganiseerd leger veroverde hij Hongarije, Oostenrijk en Italiƫ. Na een hele lange strijd moesten ook de Saksen in Noord-Duitsland zich overgeven. Karel de Grote vond zichzelf toen net zo machtig als de oude Romeinse keizers. Hij liet zich daarom in 800 door de paus tot keizer kronen.
Karel en het onderwijs
Karel de Grote was een intelligente man. Hij sprak zijn eigen taal (Frankisch) en ook Latijn. Maar hij kon niet lezen of schrijven. Hij vond het wel nodig om belangrijke dingen op te laten schrijven. Hij gaf de Engelse monnik Alcuinus opdracht om monniken en ambtenaren op te leiden. Alcuinus stichtte scholen en bibliotheken. Eigenlijk komt het door Karel de Grote dat je nu op school zit...