
Meer dan dit kreeg je in de hongerwinter op een dag niet te eten. Twee aardappeltjes, 2 sneetjes brood en een stuk suikerbiet.
Honger en kou
De laatste winter van de oorlog heet de hongerwinter. Het was een strenge winter. Sneeuw en ijs zijn leuk als je een volle maag hebt en als de kachel brandt. Maar door de oorlog was er niet meer veel eten. Vrachtwagens, die eten naar de steden wilden brengen, werden door de Duitsers tegengehouden. De mensen moesten het doen met bloembollen en suikerbieten. Er was geen elektriciteit. Hout en steenkolen voor de kachel waren op. In deze winter stierven veel mensen van honger en kou. Vooral in de steden in het westen was er veel ellende.
Op zoek naar eten
In de grote stad haalden de mensen eten bij een gaarkeuken. Dit was een grote keuken. De hele buurt kon er eten krijgen. Je kreeg er erg weinig, maar het was tenminste iets. Kinderen zochten soms in vuilnisbakken naar iets eetbaars. Op het platteland was nog wel eten. Moeders met kinderen maakten lange tochten om aan eten te komen. Ze liepen soms wel veertig kilometer. Ze ruilden kleren en sieraden voor een zak aardappelen. Soms kregen ze het gratis. .
Film van Schooltv over de hongerwinter.