
In 1953 overstroomde een groot deel van Zeeland, omdat de dijken braken tijdens een harde storm. Veel mensen en dieren verdronken. Dit varken werd gered.
Overstroming Zeeland en een deel van Zuid-Holland bestaan uit stukken land met veel zeewater er tussen. Om te zorgen dat het water niet over het land loopt zijn er dijken gebouwd. Op 1 februari 1953 stormde het ‘s nachts heel hard. Het water in de zee was veel hoger dan anders. De dijken waren niet sterk genoeg en braken. Zeeland overstroomde. Mensen moesten vluchten naar het dak van hun huis. Soldaten kwamen ze redden met boten en vliegtuigen. Er verdronken duizenden dieren en meer dan 1800 mensen. Nog meer mensen hadden geen huis meer. Gelukkig kwam er hulp uit het hele land en ook uit andere landen.
Deltawerken
Zo’n ramp mocht natuurlijk niet weer gebeuren. Er werd een plan gemaakt om de stukken water af te sluiten. Het zeewater mocht er niet meer in stromen. De regering besloot dat er dammen gebouwd moesten worden. Dit zijn de
Deltawerken. Het is slecht voor de natuur om het water helemaal af te sluiten. Het zeewater moet nog wel tussen het land stromen. Daarom maakte men ook dammen met schuiven. De schuiven gaan alleen dicht als het hard stormt. Het duurde veertig jaar voor alle dammen klaar waren.
Film van Schooltv over de watersnoodramp.