
De dode lichamen van rijke of belangrijke Egyptenaren kregen een speciale behandeling. Daarna werd het strak omwikkeld met linnen doeken. Zo bleef het lichaam helemaal goed.
Egyptenaren
Vroeger begroeven de Egyptenaren hun doden in het hete zand. Door het warme droge zand verdroogden de lichamen. Zo ontstonden er vanzelf mummies. Later maakten de Egyptenaren graven. Ze legden de lichamen niet meer rechtstreeks in het zand. Er kon lucht en vocht bij. Daardoor gingen de lichamen rotten. Egyptenaren geloofden in een nieuw leven na hun dood. Het lichaam van de dode moest dus bewaard blijven. Ze gingen de lichamen mummificeren, om ervoor te zorgen dat ze niet zouden vergaan (wegrotten).
Meer mummies
De bekendste mummies zijn de Egyptische mummies. Maar er zijn overal in de wereld mummies gevonden. De oudste mummies van de wereld zijn gevonden in Chili. Het zijn de mummies van Chincorro. Dit zijn lichamen van mensen uit 5050 vóór Christus. Dat is 2000 jaar langer geleden dan toen de Egyptenaren leefden.